Bel ons voor info 0294 - 74 50 70

Nieuws item

×

Biobased renoveren helpt bij CO2-doelstelling

In gesprek met Gerrit Buitenhuis over de volgende stap voor biobased bouwen.

 

Biobased bouwen kan een grote boost krijgen als de opslag van CO2 in deze materialen ook gewaardeerd wordt in de regelgeving. Daarnaast werkt de sector aan certificering van de diverse biobased materialen om toepassing gemakkelijker te maken. Belangrijk aandachtspunt voor de groei van de biobased markt is dat de hele keten moet kloppen en vraag en aanbod met elkaar in evenwicht zijn.


Opdrachtgevers als corporaties en gemeentes spreken beleidsmatig nu wel vaak de ambitie uit om meer biobased bouwmaterialen toe te passen, maar de praktijk is weerbarstiger, zo constateert Gerrit Buitenhuis, consultant houtbouw en biobased materialen binnen TNO. “Je ziet nu nog te vaak dat het behalen van de biobased ambities afhankelijk is van de inzet van één of twee personen binnen een organisatie, die zich hier vanuit een intrinsieke motivatie sterk voor maken. De eerste vraag die aanbieders van biobased materialen echter vaak krijgen is of het product gecertificeerd is. Daarmee wordt eigenlijk de boot afgehouden, zonder direct keihard nee te zeggen.”


Biobased dakisolatie
Biobased materialen zijn volop in ontwikkeling. “Vooral in de renovatiesector begint dat best aardig te lopen. Wat helpt is dat veel biobased materialen heel geschikt zijn als thermische isolatie en de isolatie-opgave is groot in de renovatie. Met name biobased dakisolatie doet het goed. Er zijn veel daken van binnenuit geïsoleerd, tot grote tevredenheid van de bewoners. In grote renovatieprojecten en de grotere renovatie-aannemers zie je nu ook dat complete dakvervangingen worden uitgevoerd met biobased materialen”. “Maar Nederland is wel een land dat van certificeringen aan elkaar hangt. Daar ligt een grote uitdaging. Materialen als houtvezelisolatie zijn al langer op de markt en zijn al gecertificeerd. Dat geldt ook voor cellulose. Maar vooral de nieuwe agrobased materialen zitten nog volop in dat traject. Die moeten eigenlijk in notime een traject afleggen waar traditionele materialen tientallen jaren over hebben gedaan. Om te certificeren heb je ervaring nodig en veel data en het kost tijd om die te verzamelen.”


Constructieve beplating
“Dat geldt ook voor bijvoorbeeld constructieve platen. Van veel biobased materialen kun je prima mooie platen maken. Die zijn er ook wel in diverse materialen, maar vooral voor interieurtoepassingen. Dat is een mooie niche markt, maar het grote volume zit in de constructieve beplating. Dan concurreer je met spaanplaat en OSB, zoals bijvoorbeeld in prefab heel veel wordt gebruikt. Maar die industrieën hebben zich ook niet van de een op de andere dag ontwikkeld. Die hebben volop kennis en ervaring.” Niettemin is het juist vanuit oogpunt van CO2-opslag wenselijk om tot die grotere volumes te komen, en niet alleen in isolatiematerialen. “Daarom is de TNO maakfaciliteit BioBuilt in Zoetermeer opgezet. TNO BioBuilt is een pilot- en opschalingsfaciliteit die bedrijven helpt om biobased en circulaire bouwmaterialen van experimenteel concept naar marktgereed bouwproduct te ontwikkelen, testen en valideren.”


Inblazen van stro
Buitenhuis ziet ondertussen vooral op gebied van isolatie diverse ontwikkelingen. “Kijk naar isolatie met stro, waar ik de afgelopen jaren veel mee bezig ben geweest. Dat begint nu echt op gang te komen. Inmiddels is er stro met een productcertificaat, dat onder meer gaat over de grofheid van de fractie en over het vochtgehalte. Er is een BRL voor het inblazen van stro en verwerkers zijn bezig met procescertificaten voor het op juiste wijze inblazen. Voordeel dat stro daarbij had, was dat er al een industrietak bestond die het stro hakselde. Dat is voor gebruik als bodembedekking en ruwvoer in de veehouderij, maar met een afgeleide daarvan is prima inblaasstro te produceren. Ook bij andere biobased materialen wordt onderzocht of ze kunnen worden ingeblazen, zoals vlas en miscanthus.” Belangrijk bij de marktontwikkeling van al deze producten is dat de gehele keten in evenwicht is. “We moeten geen duwmarkt hebben vanaf de agrarische zijde, maar een trekmarkt met vraag vanuit de bouw. Je moet voorkomen dat er biobased materialen in opslag komt waar geen vraag naar is. Maar je moet ook voorkomen dat er geen beschikbaarheid is als er vraag is. Dan stappen opdrachtgevers heel gemakkelijk weer over naar traditionele materialen.” Een nadeel in de hele ontwikkeling is daarbij wel dat het aspect CO2-opslag van biobased materialen in de milieuberekeningen voor de MPG vanuit de Nationale Milieudatabase niet wordt gewaardeerd. “Maar dat is een kwestie van tijd. Zodra dat verandert, krijgen biobased materialen een enorme boost.”

Inblazen van biobased isolatiemateriaal. (Foto: Building Balance)


Mogelijke voordelen
Buitenhuis ziet daarnaast allerlei mogelijke voordelen van biobased bouwen genoemd worden, zoals gezondheidsclaims, faseverschuiving en dampopen bouwen met vochtregulerend vermogen. “Als je in een woning komt met bijvoorbeeld leemstuc, merk je echt wel een verschil. Dat laat zich lastig omschrijven. Maar de onderbouwing van bijvoorbeeld gezondheidsclaims ontbreekt nog grotendeels. Faseverschuiving is er wel met biobased materialen, maar dan moeten er geen ramen in de gevel of het dak zitten die dat weer teniet doen. En het vochtregulerend vermogen kan zo maar teniet worden gedaan doordat een bewoner een standaard dampdichte verf op de wand aanbrengt.” Het wil dus niet zeggen dat die voordelen er niet zouden zijn, maar ze behoeven nog wel meer onderzoek en onderbouwing. Tekenend voor de opkomst van deze materialen is dat op vakbeurs Renovatie & Transformatie vele biobased producten werden geëxposeerd. Die waren zelfs opgenomen in een speciale biobased route.