Bel ons voor info 0294 - 74 50 70

Nieuws item

GRATIS toegang
voor professionals:
nog dagen
Registreer HIER!
sluiten X

Een nieuwe standaard voor logistiek bouwen

Volgens Lars Skjølstrup kan logistiek vastgoed ook architectuur zijn


Met het BESTSELLER Logistics Centre West (LCW) laat Henning Larsen zien dat logistiek vastgoed ook architectuur kan zijn. Het project, ontworpen door architecten, landschapsarchitecten, uitvoerend architesten en een breed scala aan specialisten, waaronder Lead Design Architect Lars Skjølstrup Østergaard, combineert grootschalige logistiek met houtbouw, biodiversiteit en gebruikerskwaliteit. Østergaard werkt vanuit de internationale ontwerppraktijk van Henning Larsen en houdt zich bezig met complexe, integrale projecten waarin architectuur, techniek en landschap samenkomen. Voor HOUTBOUW licht hij toe hoe LCW tot stand kwam en waarom dit project volgens hem een kantelpunt markeert.

Het LCW is geen doorsnee distributiecentrum. Østergaard: ‘Vanaf het allereerste begin hebben we duurzaamheid, circulariteit en welzijn niet gezien als toevoegingen achteraf, maar als de kern van elke ontwerpbeslissing. Die integrale benadering heeft uiteindelijk geleid tot het winnen van de prijsvraag.’ Wat daaruit voortkwam, is een gebouw dat de typologie van logistiek herdefinieert. ‘In plaats van constructie, landschap en gebruikerservaring los van elkaar te benaderen, hebben we ze als één samenhangend systeem ontworpen. Juist die holistische aanpak maakt dat dit project architectuur is, en niet alleen een logistiek gebouw. Het is een pionier dat een nieuwe standaard voor de sector laat zien.’


Distributiecentrum LCW

Hout als ontwerpmotor
De keuze voor mass timber was daarbij geen detail, maar een fundamenteel vertrekpunt. ‘Hout heeft het ontwerp niet alleen beïnvloed, het heeft het gestuurd. Er waren simpelweg geen referentieprojecten voor een meerlaags logistiek centrum in hout, zeker niet met vrachtverkeer op hogere verdiepingen.’ Dat betekende dat het ontwerpteam vanaf de basis moest denken. ‘We hebben zelf de juiste verhoudingen, kolomstructuren en draagprincipes moeten definiëren. Tegelijkertijd moesten we nieuwe manieren ontwikkelen om prestaties te berekenen, zoals trillingen door vrachtverkeer in een houten constructie.’ Die complexiteit vroeg om intensieve samenwerking. ‘De architectuur wordt hier net zo goed gevormd door logistieke systemen als door ruimtelijke keuzes. Hout vervangt dus niet simpelweg beton of staal, het dwingt tot een andere manier van ontwerpen waarin architectuur, techniek en logistiek samenkomen.’

Landschap als uitgangspunt
Opvallend is dat het landschap geen toevoeging is, maar een bepalende factor. ‘Vanaf het begin was duidelijk dat we biodiversiteit serieus wilden versterken. Dan moet je het ruimtebeslag minimaliseren, zowel van het gebouw als van verharding.’ Dat leidde tot een stapeling van functies. ‘In plaats van horizontaal uit te spreiden, zoals gebruikelijk is in logistiek, zijn we verticaal gaan organiseren. Daardoor ontstond ruimte voor een samenhangende ecologische strategie.’ Het resultaat is een systeem van verbonden habitats. ‘Denk aan een aangelegd moeras voor waterberging en -zuivering, een bosrand die het gebouw in het landschap verankert en een biodivers groendak dat verloren grond compenseert. Het landschap is geen laag achteraf, maar stuurt de footprint en de organisatie van het gebouw.’

Kiezen voor impact
Binnen een sector die sterk op efficiëntie en kosten stuurt, zijn er bewust andere keuzes gemaakt. ‘Bij een pioniersproject hoort dat je verder gaat dan standaardoplossingen. Veel duurzame keuzes zijn nu nog duurder, al verwachten we dat dat verandert.’ Het ontwerpteam werkte daarom met scenario’s. ‘Voor vrijwel elke belangrijke beslissing hebben we zowel duurzame als meer conventionele varianten uitgewerkt. Met LCA-berekeningen konden we de CO₂-reductie koppelen aan kosten. Ook biodiversiteit hebben we meetbaar gemaakt.’ De opdrachtgever speelde daarin een cruciale rol. ‘Op meerdere momenten is bewust gekozen voor oplossingen die zowel duurzaamheid als ruimtelijke kwaliteit versterken, ondanks de extra investering. Dat maakt het verschil tussen optimalisatie en echte impact.’

Welzijn in een logistieke omgeving
Waar logistieke gebouwen traditioneel weinig aandacht besteden aan gebruikers, is dat hier een speerpunt. ‘We wilden dat expliciet doorbreken. Daglicht is daarom een fundamenteel onderdeel van het ontwerp, met gevels rondom en grote atria die licht diep het gebouw in brengen.’ Dat is niet alleen een kwestie van comfort, maar ook van gelijkwaardigheid. ‘Of je nu in de logistiek werkt of op kantoor, iedereen ervaart dezelfde kwaliteit, dezelfde materialen en dezelfde zorg in het ontwerp.’ Hout speelt daarin een belangrijke rol. ‘Het materiaal zorgt voor een warme, tactiele omgeving en verzacht de schaal van het gebouw. In combinatie met daglicht en zicht op groen maakt dat het gebouw minder een machine en meer een plek voor mensen.’

Is hout dé oplossing
Hoewel hout vaak wordt gepresenteerd als dé duurzame keuze, nuanceert Østergaard dat beeld. ‘Hout is alleen zinvol als het materialen met een hogere CO₂-uitstoot vervangt, zoals beton of staal. Het gaat dus niet om hout of niet, maar om waar het logisch is.’ Daarbij speelt ook de timing van emissies een rol. ‘Hout slaat CO₂ op zolang het groeit en gebruikt wordt, terwijl bij staal en beton een groot deel van de uitstoot al bij productie plaatsvindt. In een klimaatcrisis maakt dat verschil.’ Tegelijk vraagt hij aandacht voor herkomst. ‘We moeten ook kijken naar bosbeheer. Minder kaalkap en meer verantwoorde oogstmethoden kunnen biodiversiteit aanzienlijk verbeteren.’

Praktische uitdagingen
De grootste uitdaging zit volgens hem niet in de techniek, maar in de mindset. ‘Je moet bereid zijn om anders te denken over structuur, detaillering en samenwerking.’ Op de bouwplaats vielen de problemen mee. ‘We hebben relatief weinig complicaties ervaren. Wel vraagt hout om zorgvuldigheid in relatie tot vocht en water tijdens de bouw, maar dat is geen fundamenteel obstakel.’

Van pionier naar standaard
Hoewel LCW een uitzonderlijk project is, ziet Østergaard het niet als eenmalig. ‘Integendeel, we merken dat dit project veel losmaakt. Het laat zien dat bouwen met biobased materialen op grote schaal mogelijk is.’ De interesse groeit snel. ‘We zien nu al nieuwe projecten ontstaan met houtconstructies en biobased gevelsystemen. Dit project heeft duidelijk een aanjaagfunctie.’

Wat moet er veranderen
Om houtbouw echt op te schalen, is volgens hem vooral een economische verschuiving nodig. ‘De werkelijke milieukosten van materialen worden nog onvoldoende meegenomen in de prijs. Een sterker de vervuiler betaalt-principe zou het speelveld veranderen.’ Daarnaast blijft samenwerking cruciaal. ‘Het gaat niet alleen om materiaalkeuze, maar om afstemming tussen alle partijen: opdrachtgever, ontwerpers, engineers, aannemers en overheden.’

De vraag of hout een doorbraak is, beantwoordt hij genuanceerd. ‘Het is zeker een belangrijk onderdeel van de oplossing, maar niet de enige. Ook staal en beton ontwikkelen zich richting lagere emissies.’ Wat hout wel uniek maakt, is de beleving. ‘Je ziet het direct als mensen binnenkomen. Er ontstaat een andere sfeer, een zekere rust. Dat effect gaat verder dan alleen CO₂-reductie.’

Ga terug